Nachtelijke wildebras

23 07 2008

Sanitaire problemen tot mijn twaalfde, ziek van heimwee, niet ‘marcheren’ in een groep, nachtmerries overgehouden aan de jeugdvereniging …

Het zijn maar een aantal redenen waarom logeerpartijtjes aan mij zijn voorbijgegaan. Mijn ouders ‘waren daar niet voor’. Mijn vader wou ’s morgens rustig zijn eigen badkamer bezetten en mijn moeder vond al dat meisjesgedoe onder elkaar maar niks.

Ik ben dus één van de weinigen van mijn generatie die nooit of te nooit of te nergens of te nieverance is gaan logeren. Nope. Niks, Nada. Noppes.

Stikjaloers was ik wel. Mijn vriendinnetjes hielden pyamafuiven en leken nadien ineens veel sterker verbonden. De geheimen die ze dan uitwisselden kwamen me nooit ter ore. Ze gingen samen op vakantie, op kamp, op reis. En ik? Ik zat zielig thuis te wezen en viel volledig uit de boot. Mmmm, dat ook niet helemaal, natuurlijk. Mijn vlotte babbel (?) zorgde er wel voor dat ik vriendschappen smeedde, zelfs op diepe basis. Ik had daar geen logeerpartijen voor nodig.

Wat niet wegneemt, dat ik deze week voor de eerste keer in mijn 38-jarig bestaan bij een collega/vriendin ga slapen. En dat behoorlijk eng vind.

Zo als in: manlief ligt een nacht alleen in ons bed, zoonlief logeert bij de grootouders en tantieris ligt ergens in Gent te snurken mét andere mensen in de buurt. Vooral dat laatste is een struikelblok. Wanneer ik op bosklassen ga, ben ik er als de kippen bij om de solokamer te krijgen. Geen collega’s in mijn buurt als ik slaap. Ik ben -volgens anderen- nogal ‘wild’ in bed. Dat wil zeggen, ik beweeg veel, woel alles bij elkaar, babbel én snurk. Mijn nachtjapon eindigt ook steevast aan het voeteinde van het bed (ik schiet hem dus ’s nachts wel eens in mijn slaap uit), ik slaap met mijn mond open en kwijl bijgevolg half de lakens onder. Ik knars met mijn tanden en durf al eens uit te schieten met mijn handen en voeten. (tot groot ongenoegen van mijn beddegenoot).

Dus ik verheug me ontzettend op de Gentse Feesten, op het samenzijn met mijn liefste collega’s (die ik nu toch al een week of 3 moet missen), op de muziek, op de babbels …

maar ik zie als Mozes tegen de berg van het nachtelijk gebeuren op. Want er is niets zo ontluisterend als een toffe collega die ’s nachts in een wilde verandert. Heel mijn imago naar de knoppen.

(Zou dat dan niet de grootste angst zijn? Neeeeejeu!)





Waterloo(s)

22 07 2008

Hoe het zou voelen, kon ik niet voorspellen. Maar het zou anders zijn dan het nu is.

Meer bevrijd, meer opgelucht, meer … overwinnend.

Er is geen verschil. Ik ben niet veranderd. Nog steeds geketterd. Nog steeds Maria Magdalena. Nog steeds de hoer die het ware geloof overviel, van zijn voetstuk deed vallen. Immer een zondares. Immer niet waardig dat hij tot mij komt. Zoals me jaren geleden werd verteld.

Een jarenlange frustratie moest gebroken worden. De ketens doorgesneden.

Merk ik vandaag: dat alles gebeurde reeds lang. Ik werd het alleen niet gewaar. Stilletjes, zachtjes zijn mijn ketens gewijzigd. In wolken van vuur en vlammen van geluk. In zachte, zoete herinneringen. De bittere tijden zijn omfloerst door wie ik vandaag ben. Mezelf.

Ik ben sedert vandaag ontdoopt.

Het voelt als trouwen. Eigenlijk doe je dat enkel voor de buitenwereld. Van binnen ben ik nog steeds kerkeloos.

Ik geloof … in iets.

Noem het God, noem het Jahweh, noem het … weetikveelwat. Voor mij is er meer tussen hemel en aarde, hel en paradijs, Eden en Gomorra. Maar in mijn geloof heeft de kerk er niks mee te maken. En dat wou ik duidelijk maken.

Het is dus een Pyrrus. Mijn verleden is verloren. Maar ik geloof … in mijn toekomst.

Dus toch een overwinnig. Mijn Waterloo. Zonder kerk. Zonder water.





16

21 07 2008

Soms droom ik dat ik kan vliegen. Vanuit mijn schouderbladen komt er een kracht die me optilt, boven alles uit. Het is een heerlijk gevoel. Vlak na het ontwaken blijft het nog even hangen. Ik hou het vast, koester het even.

Een onwezenlijk gevoel in mijn onderbuik, tranen prikken, mijn vingers strekken zich uit om het aan te raken, het te grijpen.

Niet te doen… rozig, wereldverbeterend gevoel sloop weer even binnen.

April come she will
When streams are ripe and swelled with rain;
May, she will stay,
Resting in my arms again.
June, she’ll change her tune,
In restless walks shel’l prowl the night;
July, she will fly
And give no warning to her flight.

August, die she must,
The autumn winds blow chilly and cold;
September I’ll remember
A love once new has now grown old.





Sex on stage

20 07 2008

Dit nummer doet me altijd aan vrijen denken. (voor familieleden die hier niet tegen kunnen (*tong in cheek*), gelieve meteen uw browser te sluiten).

De bas zit zo in je onderbuik. De gitaar is slepend en funky. De drums zacht en verleidelijk. De stem begint laag en diep. Qua voorspel is dit prima gedaan. De opbouw gaat ook nog. Maar ik heb al jaren het gevoel dat het absolute hoogtepunt ontbreekt. In de singleversie toch. Deze live-bewerking komt iets meer in de richting van een orgastisch gebeuren. De radio-uitvoering vond ik niet meteen op Youtube.

Afin … ik heb dikwijls het gevoel dat de muziek op één snaar blijft hangen. Het gaat maar door en door. Er wordt niet echt gewerkt naar een climax. Ook het naspel laat te wensen over. Een abrupt einde is nooit goed. Ook niet in de muziek.

*tong out cheek* (voor zover dat een geijkte uitdrukking kan zijn)





Leven is een kaartspel 21

19 07 2008

Ruiten acht:

Zing eens voor het loket. Zing eens erachter.





Koud in mijn hart

19 07 2008

Wenkbrauwen opgetrokken. “Tiens, dat is bizar. Zou het geen vergissing zijn? Toch al drie jaar nu … zonder brieven van desbetreffende instantie…”

Ik open de envelop. Meteen trekt mijn mond droog, klopt mijn hart wat sneller.

Een beslissing wordt gevraagd. Zo snel mogelijk. Voor de leeftijd van 45. Gelukkig dat ik daar nog niet ben, maar ik ben er wel ál 38. Medisch gezien ook oud.

Nét nu mijn lijf weer helemaal in orde is, mijn geest meer en meer opgeruimd geraakt, word ik geconfronteerd met een vraag die tien jaar mijn leven beheerste. Het grootste verdriet uit mijn leven. Nu kan ik er al over praten, zonder een tranenstroom die mensen wegjaagt als zagen ze een tsunami op zich af komen.

Het blijft me achtervolgen, die droefheid, die wanhoop. Dat verraad van mijn eigen lijf. Dé reden waarom ik dat lichaam jaren heb verwenst, vervloekt, verdoemd. De boosheid is gezakt. Het verdriet duidelijk nog niet.

Dus zit ik hier weer wat te janken. Stil, zonder dramatiek, glijden de tranen over mijn wangen, tot in mijn mondhoek waar ik ze weglik. Op mijn toetsenbord, op mijn bureau, op mijn broek. Ik laat ze stromen, ik heb er genoeg zakdoeken aan versleten. Zelfs mijn lijf is geruisloos, enkel mijn vingers bewegen.

Ik neem het verdriet vast, pak het in en geef het een gekoesterd plekje in de rugzak die mijn leven draagt. Die pijn zal nooit verdwijnen, ik kan hem beter de plaats geven waar hij recht op heeft. In mijn hart en in mijn ziel.

In de ogen van mijn kind.





In mijn vorig leven …

18 07 2008

stond ik ‘Annie’s song” te zingen op de zolderkamer van Jan. Zijn passie voor muziek zat er toen al hevig in. We verloren elkaar volledig uit het oog, aangezien ik aan een nieuw begin begon en hij familiaal verankerd zat in dat ouwe leventje van mij.

Lange tijd dacht ik niet aan hem. Volgend artikel deed me weer even wandelen langs herinneringslaan. Ik bewonderde hem mateloos omdat hij de remix maakte van een aantal nummers. Bijgevolg kwamen mijn toenmalige vrienden en ik regelmatig in obcure discotheken waar Ray en Anita wel eens optraden. De muziek was absoluut niet mijn ding. Hersenloos amusement vond ik dat.

Heden ten dage (vorige leven afgeschud enzo) merk ik dat ‘muzikale indoctrinatie’ écht werkt. Ik kende alle teksten uit mijn hoofd en vond het zelfs leuk. Al headbangend “Get ready for this” meezingend achter de computer. Jeugdsentiment heeft geen grenzen.

Jan is ondertussen een grote meneer in Nederland en helemaal ‘into’ dance, mij waarschijnlijk al lang en breed vergeten. Vorige levens zijn daar trouwens voor gemaakt. Om te vergeten. Maar toch …

*O ja, Jan, mocht je dit ooit lezen, die cd van James Taylor mag je me na 12 jaar nog altijd teruggeven*





Hij zegt het…

17 07 2008

mooier dan ik. Maar wel wat ik bedoel.

In mijn hoofd ben ik nog niet aan het begin.

Ik wacht …

Al lijkt het soms het einde…

Niets is zeker, niets is waar en puur.

In mijn hoofd is niet altijd wat ik zie.





Old scool

16 07 2008

Als een waterval vloeien de woorden. Zelfs wanneer ik het 1 seconde voordien nog niet weet, stroomt het vanzelfsprekend uit mijn mond. Woorden van Paul. Ze zijn mooi. Mooi als oud goud, klassevol met een ondertoon van een prachtig verleden.

Een onverwacht uitje, met onverwachte ontmoetingen deed mijn tenen krullen van plezier, goesting.

Hij is mijn jeugd, mijn getormenteerde jeugd. En ik merkte dat, gisterenavond. Vooral zijn oudere werk bracht me in extase. Graceland is de kanttekening van mijn pubertijd. De woorden zitten gegrift. Zelfs indien ik het toen niet verstond, ze komen volledig correct fonetisch over mijn lippen.

Rhythm of the Saints was ook nog een beetje mijn ding. Ik ben afgehaakt bij Songs from the Capeman. De gezochte dissonantie werd me wat té veel, té gevonden, te virtuoos misschien.

Hij stond er gisterenavond. Oud, zeer oud … 67 en toch zeer alive and kicking. Klein (1m55) en bijna nietig, maar groter dan het leven zelf. Paul Simon … Ik durf niet zeggen ‘hij kan mij krijgen’, want hij is té groot, té …

(Ontdek ik zelfs twee idolen (vies woord) in één, mijn dag is goed)





Letz Ribbon

16 07 2008

Via de man van een vriendin van een vriendin: Letz Ribbon. Mooi initiatief dat zeker wat aandacht verdient.